Sebastien Paz Ceroni (BRONKS)

Ik werk bij Bronks, het jeugdtheater van Brussel waar ik de zakelijke administratie verzorg. Daarnaast ben ik ook muzikant. Ik ken dus het artistieke proces en weet hoe producties verlopen, hoeveel tijd er in kruipt en wat er allemaal specifiek is aan de sector. Ik voel dan ook aan dat dit een voordeel is in mijn functie tegenover iemand die louter administratie doet.

Het combineren van mijn artistieke praktijk en mijn job bij Bronks gaat eigenlijk erg vlot. Ik werk deeltijds en de flexibiliteit die Bronks aanbiedt is zeer groot. Het zou een ander verhaal zijn zou ik die niet krijgen. Natuurlijk werkt dit wel langs beide kanten, Bronks plant haar activiteiten een jaar op voorhand en vraagt om zeker aanwezig te zijn bij bepaalde events zoals bijvoorbeeld een festival of de seizoensopener.

“Voor mij zijn de contacten die ik leg via de organisatie erg belangrijk. Je krijgt een breed netwerk aangeboden en in mijn geval zelfs enkele contracten. Zo heb ik twee keer voor een diploma-uitreiking gespeeld omdat Bronks me had aangeraden bij een klant en ook op enkele events van Bronks zelf kon ik al spelen. Het milieu blijft ook interessant omdat je steeds weer mensen tegenkomt die met kunst bezig zijn, dat zou bij Brico niet gebeuren.”

Ik heb ook erg veel geleerd door mijn job. Ik durf gerust zeggen dat ik dankzij Bronks mijn eigen vzw heb kunnen oprichten en dat ik die kan beheren op een manier die professioneel is. Zeker op zakelijk niveau heeft mijn job me erg veel bijgebracht. Daarvoor ben ik Bronks erg dankbaar. Je krijgt bijvoorbeeld meer inzage op de manier waarop subsidies moeten worden aangevraagd, welke punten belangrijk zijn en hoe je een financiële begroting opstelt. Voor iemand die puur artistiek bezig is is dat geen evidentie.

 

Omdat ik graag wil opklimmen solliciteerde ik al enkele keren voor een positie als zakelijk leider. Het solliciteren voor zo’n functie als kunstenaar vormt dan soms wel een probleem. Zolang ik vast houd aan mijn artistieke bezigheden zal het voor mij erg moeilijk zijn om hogerop te geraken. Voornamelijk omdat ik mij niet voltijds kan inzetten. Zo had ik een heel goed profiel voor een sociaal-artistieke vereniging die muziek maakt met mensen uit wijken en hiermee ook professionele producties aanbiedt. Oorspronkelijk was het een deeltijdse functie maar uiteindelijk hebben ze toch iemand voltijds aangenomen en werd er dus niet voor mij gekozen. Ook bij kleinere vzw’s waren ze steeds op zoek naar voltijdse betrekkingen. Bij grotere structuren zoals bijvoorbeeld een stad kan je vaak niet onderhandelen. Zij krijgen een budget, er wordt een voltijdse functie vrijgemaakt en kunnen bijgevolg moeilijk regelen om de functie in twee te delen of iemand aan te nemen die slechts deeltijds kan werken.

Ik heb gewerkt voor apotheken en banken, vaak via een interimkantoor. In dat kantoor hadden ze gelukkig wel begrip voor mijn situatie en zijn ze op zoek gegaan naar deeltijdse functies die beter bij mijn profiel pasten. Bij Bronks leerde ik mijn functie al doende. Ik startte als onthaalmedewerker en hielp de zakelijk leider met enkele simpele administratieve taken. Via het Sociaal Fonds voor Podiumkunsten kon ik dan opleidingen volgen. Zij bieden jaarlijks aan kunstorganisaties de mogelijkheid om werknemers opleidingen te laten volgen. Het is leuk dat ik dit in mijn job krijg aangeboden. Het zijn geen artistieke opleidingen maar het zijn kwaliteiten die je als kunstenaar toch goed kan gebruiken. Ik moet wel zeggen dat zonder mijn diploma in de kunstwetenschappen ik deze job vermoedelijk niet gekregen had. Het hebben van een diploma wordt, zeker binnen privébedrijven, toch wel gezien als een soort kwaliteitsnorm.

Of ik kunstenaars zou aanbevelen om in de culturele sector aan de slag te gaan hangt af van de kunstdiscipline. Voor een acteur die twee maanden moet rondtoeren is dit volgens mij erg moeilijk haalbaar, tenzij hij een erg flexibele werkgever heeft of de productie moet op een andere manier georganiseerd worden. Voor beeldend kunstenaars zou ik werken in de sector dan weer wel heel erg aanraden. Je krijgt een groot netwerk aangeboden en je leert toch veel over wat er zich allemaal afspeelt binnen de kunstwereld. Veel kunstenaars weten bijvoorbeeld niet wat OKO  of Kunstenpunt doet en ze zijn hier ook helemaal niet mee bezig, terwijl dit organisaties zijn die juist hen moeten vertegenwoordigen. Ik vind het soms jammer dat vaak wel de kunstorganisaties vertegenwoordigd worden, maar minder de individuele kunstenaar zelf.

Of organisaties meer kunstenaars in dienst moeten nemen? Zeker! De meerwaarde is dat kunstenaars er zelf mee bezig zijn, ik kan nu enkel spreken over muziek en theater, maar er zijn heel veel cultuurcentra in Vlaanderen die muziekgroepen programmeren op basis van bekendheid. Omdat ze een mooi rapport willen voorleggen aan de gemeente (de subsidierende overheid). Ze willen aantonen dat ze succes hebben en dat hun zalen vol zitten en durven daarom geen risico’s meer te nemen. Ze durven niet meer experimenteren en vernieuwen.

“Ik zou het dan ook logisch vinden dat er een deel van het artistieke budget wordt gereserveerd voor vernieuwende en experimentele projecten, ook in de cultuurcentra van kleinere steden en gemeenten. Het aannemen van artiesten binnen een organisatie of cultuurcentrum kan dit idee zeker in de hand werken.”

Ik ben er echter ook van overtuigd dat de overheid kunstenaars moet blijven steunen. Ik stel vast dat artiesten – ik spreek hier voornamelijk over muzikanten – steeds meer de taken van het volledige creatieve proces moeten overnemen. Ze moeten zelf subsidies aanvragen om een geluidsopname te maken of om een tournee te bekostigen. Ze zijn heel vaak bezig met management, promotie en het zoeken naar podiumkansen. De realiteit is dat er geen of toch erg weinig structuren bestaan om de hedendaagse artiest hierin te ondersteunen.